Am Stadtrand von Venlo liegt das kürzlich renovierte Van der Valk Hotel Venlo, der ideale Ort, um gut zu essen, zu trinken und eine Partie Boule zu spielen.
Sind Sie auf der Suche nach einem schönen Ort zum Essen und Trinken im Norden Limburgs? Genießen Sie im Van der Valk Hotel Venlo kulinarische Überraschungen im Restaurant V, wo Sie mittags oder abends à la carte essen können. Bevorzugen Sie ein interaktives Essenserlebnis? Dann ist das Buffetrestaurant Zest Live Cooking die richtige Wahl. Lust auf einen Drink nach dem Essen? Nehmen Sie Platz in der gemütlichen Bar Ello oder auf der sonnigen Außenterrasse.
An einem schönen sonnigen Nachmittag erwartet Sie unsere Jeu de Boules-Bahn.
Dank der günstigen Lage in der Nähe der Autobahn A67 erreichen Sie in kürzester Zeit die schönsten Orte Limburgs wie den Nationalpark de Maasduinen, die Kasteeltuinen Arcen oder das gemütliche Stadtzentrum von Venlo mit seinen schönen Geschäften und Terrassen.
Tipp: Halten Sie auf der Website Ausschau nach attraktiven Pauschalangeboten und Last-Minute-Angeboten!


Das Hotel ist 24 Stunden am Tag, 7 Tage die Woche geöffnet.
Deze wandeling laat je Venlo van een verrassend groene kant zien. Je start bij bushalte Venlo Hakkestraat en wandelt vanuit de noordelijke stadsrand richting het landschap rond Genooi en de Maas. Al snel merk je dat Venlo veel meer is dan een stad aan de grens: hier liggen rivier, oude buurtschappen, natuurgebieden en stadsparken dicht bij elkaar.
De route voert je langs de Maasoevers, waar je de openheid van de rivier voelt. Het water, de vergezichten en de groene randen geven de wandeling meteen een ruim en ontspannen begin. Vanuit deze omgeving wandel je verder richting stillere paden, waar de stad langzaam naar de achtergrond verdwijnt.
Een belangrijk natuurhoogtepunt onderweg is Zwart Water, ook bekend als de Venkoelen. Dit gebied heeft een heel eigen sfeer, met water, bos, open plekken en rustige paden. Daardoor voelt dit deel van de route beschut en natuurlijk aan. Een mooie plek om even stil te staan, om je heen te kijken en te genieten van de rust zo dicht bij de stad.
Daarna wandel je geleidelijk terug richting Venlo. Onderweg kom je langs groen dat de stad op een aangename manier met de natuur verbindt. Een mooi laatste rustpunt is het Burgemeester Bergerpark. Dit stadspark vormt een sfeervolle overgang richting het centrum en laat zien hoe verrassend groen Venlo ook binnen de stad kan zijn.
De route eindigt bij Station Venlo. Dat maakt deze wandeling ideaal voor wie een afwisselende tocht zoekt: je begint aan de rand van de stad, wandelt langs rivier en natuur, ontdekt het stille Zwart Water en komt uiteindelijk weer midden in Venlo uit.
Bereikbaarheid & Openbaar Vervoer
Deze wandelroute is uitstekend bereikbaar met het openbaar vervoer. Je reist comfortabel met lijn 383 (Venlo - Nijmegen) naar de bushalte Venlo Hakkestraat. Hier begint direct je wandelavontuur!
Bushalte Hakkestraat ligt aan de Nijmeegseweg. Loop vanaf hier de Van der Grintenstraat in, in de richting van de Maas. Op de kruising met de Sint Urbanusweg vind je knooppunt 42; dit is het startpunt van de route. Vanaf daar volg je de wandelroute verder via de aangegeven knooppunten.
Na een prachtige tocht eindigt de wandeling bij de bushalte Station Venlo, waar je de bus weer terug kunt pakken richting Venlo of Nijmegen.
Tussen Venlo en de Maasduinen ligt een plek die meteen tot de verbeelding spreekt: Zwart Water. Dit gebied – met zijn donkere vennen, moerassen, bossen en heide – is een van de meest karakteristieke natuurgebieden rond Venlo. Hier voelt het landschap nog rauw, natuurlijk en een beetje mysterieus.
Het water is niet echt zwart, maar lijkt zo door de donkere veenbodem van afgestorven plantenresten en mineraalrijk, stilstaand water. Het donkere water leek bodemloos, onbekend en vol geheimen. Dat voedde verhalen – over geesten, verzonken werelden en “water dat je in de gaten houdt”.
Het gebied werd gevormd in de IJstijd en daarna door eeuwenlang water, wind en begroeiing. Daardoor ontstonden moerassen. Vennen, natte bossen en heidevlaktes. Het Zwart Water is dus eigenlijk een oud landschap, dat vertelt hoe Limburg er ooit uitzag, lang voordat steden, wegen en industrie kwamen. Het stille, donkere water zit vol leven. Je vindt er mogelijk libellen die boven het water dansen, kikkers en salamanders in de oevers, reeën en ijsvogels in de omgeving en zeldzame planten dankzij het natte veen.
Langs de Maas zie je het nog steeds: een rivier die leven bracht, maar ook gevaar. Eeuwenlang bepaalde het water het ritme van Venlo. Al in de 17e eeuw zijn er grote Maasoverstromingen bekend door hevige regenval. In 1643 bereikte de Maas hoog peil en braken dijken, waardoor brede gebieden overstroomden. Deze oude hoogwaters laat menig cultuurhistorische gedenksteen zien.
En eeuwen later rond december 1925 en januari 1926 steeg de Maas extreem door zware regenval, dooi en storm. De rivier trad buiten haar oevers; het centrum van Venlo en omliggende dorpen stonden onder water en het openbaar vervoer moest omrijden of stilgelegd worden.
In december 1993 liep de Maas opnieuw over bij hoge afvoeren door veel regen en smeltwater. Grote delen van Limburg overstroomden, zo’n 8 % van de provincie, met evacuaties en aanzienlijke schade.
Een jaar later, januari 1995, kwamen extreme waterstanden opnieuw voor. Door een combinatie van regen en smeltwater moest een groot deel van Limburg (en ook daarbuiten) worden geëvacueerd. Deze gebeurtenis is een van de grootste evacuaties in recente Nederlandse geschiedenis geweest en droeg bij aan latere waterveiligheidsprogramma’s.
In januari 2011 waren de waterstanden van de Maas opnieuw hoog. Hoewel er op veel plekken groot ongemak maar geen rampzalige overstromingen waren zoals in de jaren ’90, stonden dijken en sluizen onder druk en moesten beschermende maatregelen worden getroffen.
In juli 2021 bereikte de Maas opnieuw uitzonderlijk hoge waterstanden als gevolg van extreme regenval en landinwaarts wateraanvoer uit Duitsland en België. Hoewel de zwaarste schade zich elders voordeed, stond het rivierpeil ook bij Venlo zeer hoog en vroeg het opnieuw om waterveiligheidsmaatregelen.
Venloers leerden samenwerken met het water: dijken bouwen, uiterwaarden benutten en plannen maken rond de rivier. Het hoogwater van de Maas vertelt nog altijd het verhaal van een stad en haar rivier.
Sta je in Venlo aan de Maas, dan kijk je uit over een rivier die eeuwenlang het ritme van de stad bepaalde. Dankzij de Maas groeide Venlo in de middeleeuwen uit tot een bloeiende handelsstad. Venlo lag strategisch slim, langs een belangrijke handelsroute tussen het Rijngebied, Brabant en Vlaanderen. Kooplieden voeren met hun schepen af en aan, volgeladen met bier, graan, hout en wijn. Vanuit Venlo werden deze producten verhandeld tot ver buiten de regio. De Maas was niet alleen een waterweg, maar ook een poort naar welvaart, ideeën en culturen uit heel Europa. Nog steeds voel je die handelsgeest terug in de levendige binnenstad met haar markten en pleinen. De smalle straten rond de markt en richting de Maas verraadt dat Venlo draaide om opslag, doorvoer en handel. Rondom de binnenstad zie je de oude wallenstructuur ter bescherming van handel en goederen.
Als je wandelt over de Groote Heide, lijkt het alsof je over een droog, hoog liggend landschap loopt. Maar schijn bedriegt. Onder je voeten ligt een verborgen wereld van water. Hier, aan de rand van de Maasvallei, begint de bodem te ademen – water komt naar boven, sijpelt uit hellingen, vult slenken en kleine laagtes. Dit zijn de brongebieden van de Groote Heide: plekken waar het landschap water loslaat, en waar alles begint te leven.
De Groote Heide ligt op de Maasterrassen: oude zand- en grindplateaus die door de Maas en ijstijden zijn gevormd. Regenwater zakt door het zand naar beneden, maar waar het plateau ineens afbreekt richting de Maas, kan dat water niet verder. Het zoekt de kortste weg naar buiten – en precies daar ontstaan de bronnen. Zo ontstaan natte zones, kleine stroompjes, slingerende beekdalletjes en moerasachtige plekken waar de grond zacht is en het water zichtbaar borrelt. Brongebieden zijn bijzonder. Het water is helder, koel en constant. Dat maakt ze een paradijs voor planten en dieren die nergens anders kunnen leven.
Niet alleen de natuur vertelt hier zijn verhaal. Tussen bossen en heide lagen tijdens de Tweede Wereldoorlog de sporen van Fliegerhorst Venlo: een van de grootste Duitse oorlogsvliegvelden met startbanen, hangars en een uitgebreid wegennet — een landschap binnen een landschap dat de oorlog en daarna de natuur zichtbaar heeft laten transformeren.
Vandaag is de Groote Heide een plek van rust, ontdekking en afwisseling: van open heide tot bos en van verborgen bronnen tot stille getuigen van het verleden.
De straat De Tichelarij heeft zijn naam te danken aan de steenovens, ook wel tichelovens genoemd, die hier vanaf de veertiende eeuw stonden. Met de ter plekke uitgegraven klei werden hier waarschijnlijk de stenen gebakken waarmee Venlo na 1343 zijn stadsmuren bouwde. De steenovens stonden op enige afstand van de stad omdat hier de klei was, omdat er dan geen brandgevaar was voor de dichtbevolkte stad en omdat brandende ovens flink stonken.
Door het eeuwenlang uitgraven van de klei zijn hier ter plekke laagtes ontstaan, die later verfraaid zijn tot de huidige waterpartij. Dit past bij de huidige status van De Tichelarij als een na-oorlogse straat met luxe villa’s.
Foto: Collectie Marcel Dings en Marcel Dings
Zo’n driehonderd meter noordelijker bevinden zich vier woningen, die de firma Canoy-Herfkens in 1916 voor zijn arbeiders bouwde. Dergelijke woningen werden vaak bij de fabriek gebouwd om de arbeiders beter aan hun werkgever te kunnen binden.
In vergelijking met de woning van de bedrijfsleider zijn twee dingen opvallend. Ten eerste zijn de vier woningen voor de arbeiders veel kleiner. Ten tweede zijn ze wel met goede stenen van de fabriek gebouwd, want ook deze huizen dienden als uithangbord voor de kwaliteit van de stenen die hier gemaakt werden. Zo zien we dus dezelfde versieringen van geglazuurde stenen rondom de deuren, rondom de vensters en als vier banden, die goed contrasteren met de rest van de gevel van rode stenen.
Foto: Collectie Marcel Dings en Marcel Dings
Op het terrein achter dit pand werd in 1888 door Coppes en Laudy een steenfabriek opgericht. Hier werd al vrij vroeg, nog voor de eeuwwisseling, een ringoven gebouwd. In 1905 werd het bedrijf eigendom van de firma Canoy-Herfkens, dat in Tegelen al een grote steenfabriek met twee ringovens had.
Canoy-Herfkens liet meteen na de overname bij de ingang van het fabrieksterrein een woning voor de bedrijfsleider bouwen. In het uitbouwtje aan de rechterzijde was het kantoor van de expeditie, waar de klanten zich bij aankomst moesten melden. Het pand werd in een eclectische stijl gebouwd, met bakstenen beneden en een chaletstijl op de verdiepingen. De gebruikte stenen kwamen uit de eigen fabriek, waardoor het pand als visitekaartje voor het bedrijf fungeerde.
De fabriek werd in 1966 gesloten. Het huis werd daarna in twee woningen verdeeld.
Foto: Marcel Dings en Kadaster